Rósa Ómarsdóttir
wpZimmer resident in 2019
Rósa Ómarsdóttir is een award-winning IJslandse danseres en choreografe. Ze studeerde aan de Icelandic University of the Arts en aan P.A.R.T.S. in Brussel.
Rósa’s artistieke praktijk verkent menselijke en niet-menselijke ontmoetingen, op zoek naar niet-antropocentrische narratieven. Dit doorlopende onderzoek is gericht op het vinden van een rijk ecosysteem dat mensen, objecten en onzichtbare krachten combineert, en dat de machtsdynamiek die zich in deze ontmoetingen openbaart, onderzoekt en toelicht.
Haar werk, dat van nature interdisciplinair is, verweeft interesses in choreografie, live geluidsproductie, een feministische benadering van dramaturgie die kwetsbaarheid en flux incorporeert, evenals een decentralisatie van de dominante mannelijke tendensen in de hedendaagse performance.
Rósa heeft verschillende werken gemaakt in samenwerking met Inga Huld Hákonardóttir: Wilhelm Scream (2014), The Valley (2015), en Da Da Dans (2016). Haar solowerk omvat onder meer: Traces (2017) Spills (2019) en Collaborative Contaminations (2021). Haar werk is internationaal gepresenteerd op festivals en locaties zoals, Kunstencentrum Buda, Beursschouwburg, Brakke Grond, Rosendal Theater, MDT Stockholm, Julidans, en Reykjavík Dance Festival om er maar een paar te noemen. Haar werk werd meermaals genomineerd voor de Icelandic Theater Awards en ontving drie prijzen voor Choreografie van het Jaar en Beste Soundscape.
Samen met haar choreografische praktijk leidt Rósa sinds 2016 het onderzoeksproject Secondhand Knowledge. Via dit project richt ze zich op perifere dansgemeenschappen, hun relatie tot dansgeschiedenis en de notie van tweedehands kennis. Het project is geconsolideerd door middel van series workshops en interviews en lokaal gepresenteerd.
Dit project heeft gereisd naar Cyprus, Griekenland, Kroatië, Letland, Noorwegen, IJsland, Denemarken, Teheran en Caïro. Dit project loopt nog steeds en een podcastserie over dit project ligt in het verschiet.
projecten
Traces
“Maybe it is worth running the risks associated with anthropomorphism (superstition, devinization of nature, romanticism) because it, oddly enough, works against anthropocentrism: a chord is stuck between person and a thing, and I am no longer above or outside a nonhuman environment.” – Jane Bennett, Vibrant Matter
Voor de immersieve voorstelling Traces bestudeert de IJslandse choreografe Rósa Ómarsdóttir heidense rituelen. Ze is gefascineerd door het idee dat rituelen zoals hekserij en animisme (het concept waarbij ook stenen, planten of andere natuurlijke fenomenen een ziel hebben) een diep respect hebben voor de natuur en zichzelf als een onderdeel van die natuur beschouwen. Ze vindt dat we hoogdringend ons gedrag en onze blik tegenover het milieu moeten wijzigen, zeker nu de klimaatcrisis ons op de hielen zit.
Ómarsdóttir onderzoekt of en hoe antropomorfe praktijken (waarbij menselijke eigenschappen toegeschreven worden aan dieren, planten of objecten) hun eigen omgeving kunnen beïnvloeden. Ze bouwt daarvoor een decor dat verwijst naar uiteenlopende landschappen. Aan de hand van rituelen probeert ze het decor te ‘veranderen’. De toeschouwers en dansers bevinden zich in een magisch, dynamisch en steeds wijzigend landschap waarin het na verloop van tijd niet meer duidelijk is of de scenografie de dansers aanstuurt of omgekeerd…

credits
Choreografie: Rósa Ómarsdóttir
Dansers: Tiran Willemse, Kathryn Vickers, Inga Huld Hákonardóttir & Kinga Jaczewska
Scenografie: Ragna Þórunn Ragnarsdóttir
Muziek: Sveinbjörn Thorarensen
Lichtontwerp & techniek: Michael Janssens
Productie: Kunstenwerkplaats Pianofabriek
Coproductie: BUDA, Beursschouwburg, wpZimmer, MDT & Avant Garden
Met de steun van Reykjavík Dance Atelier & STUK
Met financiële steun van de Vlaamse Gemeenschap, Nordic Culture Point, Nordisk Kultur Fond, the Vlaamse Gemeenschapscommissie & Reykjavík Culture Fund